Er was een tijd waarin “uitgegeven worden” iets betekende. Niet omdat drukkers schaars waren, maar omdat selectie dat was. Een uitgeverij las, twijfelde, wees af, koos. Achter elk boek zat een beslissing: dit manuscript is het risico waard. Publicatie was geen dienst, maar een vorm van erkenning. Dat systeem is grotendeels verdwenen.
Vandaag kan in principe iedereen een boek publiceren. Niet omdat de kwaliteit van manuscripten plots gestegen is, maar omdat de economische logica volledig is verschoven. Waar een uitgever vroeger het risico droeg — redactie, druk, distributie — ligt dat nu bijna volledig bij de auteur. En zodra het risico verschuift, verdwijnt ook de noodzaak om streng te selecteren.
Een drukker weigert geen boek omdat het slecht geschreven is. Een platform weigert geen titel omdat het onverkoopbaar lijkt. Zolang een bestand technisch correct is en juridisch aanvaardbaar, is het voldoende. Publicatie is geen oordeel meer, maar een transactie. Dat wordt vaak verkocht als vrijheid. En dat is het ook, in zekere zin. Auteurs zijn niet langer afhankelijk van de poortwachters van de sector. Er is geen redactieraad die beslist wat wel of niet mag bestaan. Iedereen kan publiceren, op elk moment.
Maar die vrijheid heeft een prijs, en die wordt zelden expliciet gemaakt. Want als niemand nog selecteert vóór publicatie, gebeurt selectie onvermijdelijk erna. Niet door uitgevers, maar door zichtbaarheid. Door algoritmes, verkoopcijfers, aanbevelingen. Door een markt die oververzadigd is en waar aandacht schaarser is dan ooit. De filter is dus niet verdwenen. Ze is alleen verplaatst. En misschien ook verhard.
Waar een uitgever vroeger een manuscript kon afwijzen maar tegelijk begeleiden, redigeren of positioneren, is de markt onpersoonlijk. Ze zegt niets. Ze reageert niet. Ze verkoopt — of ze verkoopt niet. En in dat laatste geval blijft het stil. Dat heeft een merkwaardig gevolg. Publiceren is toegankelijker dan ooit, maar gelezen worden moeilijker dan ooit. De drempel om een boek te maken is laag. De drempel om een publiek te bereiken is extreem hoog.
Tegelijk verandert ook de betekenis van het woord “uitgeven”. Bij een klassieke uitgever betekende dat: iemand investeert in jouw werk, neemt risico en gelooft dat het bestaansrecht heeft in de markt. Bij veel hedendaagse platformen betekent het: je krijgt toegang tot een systeem waarin je boek kan bestaan, op voorwaarde dat jij het risico draagt. Dat is geen waardeoordeel, maar een verschuiving die zelden zo benoemd wordt.
Want zodra publiceren een dienst wordt in plaats van een selectieproces, verandert ook de rol van de auteur. Die wordt niet alleen schrijver, maar ook opdrachtgever, investeerder en verkoper. En wie die rollen niet opneemt, merkt snel dat publicatie op zich weinig betekent. Misschien is dat de meest ongemakkelijke conclusie.
Niet dat er te veel boeken zijn. Niet dat de kwaliteit per definitie daalt. Maar dat de betekenis van publicatie zelf is uitgehold. Dat het moment waarop een boek verschijnt, niet langer het resultaat is van een keuze, maar van een beslissing die iedereen kan nemen — zolang hij bereid is ervoor te betalen. Dat is bevrijdend. Maar ook ontluisterend.

